Rondje Texel

 

Leiding en auteur : René Schneiders
Hoofdinstructeur : Arie Kreuk
Foto's : Bertil Videt
Data : 20 en 21 mei 2017

 
Voor deze tocht konden mensen zich aanmelden via de website van de NZKV. Per mail had ik 13 aanmeldingen ontvangen. Met Arie en mij erbij maakte dat in totaal 15 deelnemers.

De meeste aanmelders kende ik al en kon ik hun niveau goed inschatten. Bij twee aanmeldingen had ik twijfel.
Eén van die twee had bij Arie Kreuk de KVA cursus gedaan. Daarom heb ik bij Arie referenties opgevraagd. Die deelnemer heeft ook nog zijn ervaring op papier gezet en ik heb telefonisch contact met hem gehad. Hij leek voldoende vaardig om mee te gaan. De andere deelnemer had zijn ervaring al op DSCN6792 2papier gezet en ik heb ook met hem telefonisch contact gezocht en ook hem voldoende vaardig ingeschat.

De uitdaging bij deze tocht lag bij mij op twee punten. Ten eerste was het voor het eerst dat ik met zo’n grote groep het groot water op ging.
Ten tweede was het grootste gedeelte van de tocht onbekend vaargebied voor mij.
Ik heb daarom vooraf een zo’n goed mogelijke analyse proberen te maken van wat ik allemaal op het water kon verwachten en van welke deelnemers ik eventueel in zou kunnen zetten in verschillende rollen en wat ze zouden kunnen onder bijzondere omstandigheden.

 

Dag 1
Windkracht 3-4-5 bft. ZW
Afstand 21 nm

Iedereen was op tijd bij de startplaats. Zelf was ik ruim voor tijd aanwezig. Zo kon ik goed met iedereen kennismaken en me een beeld vormen van de materialen die de deelnemers hadden meegenomen.

Nadat iedereen vaarklaar was hebben we een briefing gedaan. Ik heb verteld wat de planning was van de dag. Daarbij heb ik besproken wat ik van de groep verwachtte, welke escapes er eventueel zouden zijn, het gebruik van een voorvaarder etc. Ook heb ik gevraagd naar eventuele medische bijzonderheden. Eén deelnemer had mij eerder al gewezen op zijn beenprothese maar hij gaf aan dat hem dit verder niet zou hinderen.

De eerste etappe ging van Den Helder naar het surfstrandje iets voorbij Oude Schild. Ik had een voorvaarder aangewezen en ons aangemeld bij de verkeerspost.
We hadden de wind in de rug en de stroom mee. We gingen snel vooruit en hadden lichte surfgolven. Ondertussen kon ik de groep observeren en kijken hoe iedereen in zijn boot zat.
Bij 1 deelnemer had ik even twijfel maar die bleek uiteindelijk vaardig genoeg. De groep bleef goed bij elkaar en had weinig sturing nodig. Een aantal deelnemers leken wat moeite te hebben om hun kajak op koers te houden. (Tip Arie: bespreek met de groep ook het trimmen van de boot. Een verkeerde trim kan invloed hebben op de koersvastheid). We waren ruim op schema en hadden lunch op het surfstrandje.

De tweede etappe ging van de lunchplek over de Vlakte van Kerken naar het Robbengat. Ik had ook een andere voorvaarder aangewezen. In mijn planning had ik de route gepland langs de boeien lijn over de Vlakte van Kerken. Onderweg besloot ik wel een stuk af te snijden. Dat was goed mogelijk omdat het bijna hoog water was. Achteraf had ik liever nog meer afgesneden omdat we nu vrij hoog uitkwamen en daardoor langer moesten peddelen.

De wind was ook aangetrokken en we hadden beter al eerder in de luwte van het eiland kunnen zitten. In de groep merkte ik enige vermoeidheid. In mijn planning had ik een drijfpauze gepland in het Robbengat. Toen een van de deelnemers aangaf behoefte te hebben aan een plaspauze besloot ik om met de hele groep aan land te gaan voor een korte pauze. Dat bleek in goede aarde te vallen. 

In het laatste stuk heb ik de voorvaarder een aantal keer nadrukkelijk gevraagd om het tempo wat te temperen. Dat bleef hij lastig vinden.

De derde etappe ging van de pauzeplek bij de Robbenjager naar het eindpunt. De Noordpunt van Texel waar het Robbengat over gaat in Eierlandse gat had ik benoemd als een aandachtspunt. Daar ontmoeten verschillende stromingen elkaar en in combinatie met de wind verwachtte ik dat de kans op onrustig water groot was. Deze etappe besloot ik zelf voorop te gaan varen om zo goed het water te kunnen ‘lezen’. Ook vroeg ik iemand achter vaarder te zijn. We spraken af marifooncontact te hebben wanneer nodig. Ook spraken we af de groep compact te houden.

In het Eierlandse gat kregen we de wind vol tegen. De wind trok aan tot zo’n 5 bft. en er stonden flinke golven van rond de 1,5 meter. De strekdam dwong ons om op ruime afstand van de kust te blijven. Hier was het flink aan de bak. Iedereen hield zich goed en iedereen kwam er goed doorheen. Later kreeg ik wel van een aantal deelnemers terug dat de groep te ver uit elkaar lag. Ik neem aan dat ze dat goed gezien hebben. Hier had ik als voorvaarder zelf de verantwoordelijkheid voor. Een volgende keer zal ik daar beter op moeten letten. Ik was zelf ook gefocust op het goed in mijn boot blijven zitten. Ook onder deze omstandigheden moet ik goed achterom blijven kijken.

Tot ons eindpunt hadden we stevige golven en wind tegen. Bij de landingsplaats stond een branding die goed te hanteren leek. Toch besloot ik om het landen goed te organiseren en ging zelf als eerste aan land om de anderen één voor één naar het strand te leiden. Ik had een ervaren vaarder aangewezen om als laatste aan land te gaan. Het aanlanden verliep goed maar duurde erg lang. Tijdens het landen bedacht ik dat er makkelijk meerdere mensen tegelijk konden landen maar ik wist niet hoe ik dat moest communiceren. Achteraf had ik daar vooraf met de groep afspraken over kunnen maken en ook over de manier waarop ik dat dan zou kunnen communiceren. We waren volgens planning aan land.

Tijdens de evaluatie op de camping waren er overwegend positieve reacties. Men gaf aan een mooie dag gehad te hebben maar ook moe te zijn.
Uit mijn evaluatie kwam met Arie kwam met name naar voren: niet teveel van voorvaarder wisselen en indien wel dit ook duidelijk naar de groep communiceren, bij de briefing wijzen op het gebruik van zonnebrand en het eerder onder de kust gaan varen na de Vlakte van Kerken. Ook werd besproken dat het beter is om met zo’n grote groep met een vaste achtervaarder te werken.

 

texel17ll 010 1

 

Dag 2
Windkracht: 4 bft. ZW

We stonden volgens planning op het strand en waren ook volgens planning op het water. De wind was tegen er een stonden aardige golven. Het was pittig peddelen. Al snel merkte ik dat van mijn verwachtte snelheid niet veel terecht kwam. De snelheid lag rond de 2 knopen. De wind was tegen en een paar deelnemers leken nog moe van de dag ervoor. Ik had een voor- en achtervaarder aangewezen. In het begin ging de voorvaarder iets te snel. Nadat ik hem gevraagd had om het tempo iets te temperen ging het goed. Een deelnemer die de dag ervoor een goed tempo had hing nu achterin. Toen ik vroeg hoe het met hem ging gaf hij aan nog moe te zijn van de vorige dag en last te hebben van stijve spieren. Een tijdje later wees Arie mij nog eens op deze deelnemer. Hij leek nog minder goed te varen. Toen ik bij hem informeerde gaf hij aan zich niet lekker te voelen. Hij is even met de achtervaarder achtergebleven om iets te eten maar veel hielp dat niet. Omdat hij het tempo van de groep bleef drukken heb ik op een gegeven moment een (hulp)sleep voor hem georganiseerd. Dat hielp. Toch waren er in de groep wat mensen die vonden dat hij de tocht af moest breken en mij daar op aanspraken. Ik heb aangegeven hem op dat moment nog niet te willen laten vallen. Achteraf een goede keuze want later na de pauze was deze deelnemer weer helemaal opgeknapt. Op het lage tempo na verliep te tocht zonder veel bijzonderheden.

De keuze voor een achtervaarder bleek een goede. De voorvaarder hield steeds hem in de gaten om te kijken of de groep nog bij elkaar was. Eveneens heeft de achtervaarder wat bezemwerk kunnen verrichten bij de zieke deelnemer. Voortaan zal ik altijd een achtervaarder inzetten wanneer ik met een grotere groep vaar. Op een gegeven moment merkte ik dat we steeds verder achterlagen op het schema en ik was bang om het kentermoment te missen. Omdat er vermoeidheid optrad in de groep leek het me wijs om toch te gaan pauzeren. Daarvoor moest een landing door een lichte branding georganiseerd worden. Met de ervaring van gisteren in mijn hoofd wilde ik het nu sneller laten verlopen en sprak met de groep af met steeds 2 te willen landen. In de eerste instantie verliep het vlot.

Op een gegeven moment bleven deelnemers liggen terwijl ik wilde dat ze begonnen met landen. Het ontbrak me aan communicatie om dat duidelijk te maken. Op het laatst toen er nog een stuk of 5 mensen achter de branding lagen zag ik dat er iemand om was gegaan. Er waren voldoende ervaren mensen bij en het ging allemaal goed maar ik besefte wel dat ik geen goede afspraken had gemaakt over wie als laatste zouden landen. Bovendien was er een strekdam aanwezig waar ik niet bij stil had gestaan en waar ik de groep wel voor had moeten waarschuwen. Deze strekdam stond wel op de kaart ingetekend dus ik had daar zeker alert op moeten zijn. Bovendien zag je de golven daar ook breken dus ook dat had een signaal kunnen zijn die ik op had kunnen pakken. Een volgende keer maak ik een afspraak wie als laatste door de branding gaat en spreek met hem af welke signalen ik geef en laat vervolgens die persoon de deelnemers door de branding sturen. Dat lijkt me veel efficiënter.


Het moment van pauze leek me een goede. De groep was er aan toe. Nadat we weer het water opgingen lag het tempo hoger. Van de verwachte tegenstroom na de kentering heb ik niets gemerkt en naarmate we meer bij het Marsdiep kwamen kregen we zelfs wat stroom mee. De wind ging ook wat liggen. Hoewel met vertraging bereikten uiteindelijk het Marsdiep eerder dan dat we tijdens de middagpauze hadden verwacht. We zijn het Marsdiep overgestoken in een compacte groep en ik had mezelf bij de voorvaarder gepositioneerd. Ik heb ons aangemeld bij de verkeerspost. (tip Arie: vraag naar bijzonderheden). In de eerste instantie voeren we op 150 ̊en later uiteindelijk naar 120. Niet voor iedereen was duidelijk welke koers we gingen. (tip Arie: laat mensen de koers rondroepen). Niet veel later nadat we het veer rond hadden laten gaan bereikten we de eindbestemming.

Op de wal hadden we een evaluatie. Ik was blij met de reactie van de deelnemers. Positief over de tocht en over mijn leiderschap.

Ik heb zelf nog wel wat leermomenten ingebracht en besproken. Ook met Arie heb ik na afloop de dag nog doorgenomen. De besproken punten heb ik hierboven verwerkt.
Ik kijk tevreden terug op het weekend. Genoten heb ik van het varen in een mooie omgeving met wisselende omstandigheden. Vooraf vond ik het een uitdaging om met zo’n grote groep het water op te gaan. Het was goed te ervaren dat ik op de meeste momenten wist waar ik mee bezig was.

Anderzijds heeft het me weer veel geleerd. Een leerpunt voor volgende keren lijkt me met name de communicatie met de groep. Zoals bij het door de branding gaan, wie is de voorvaarder, en de koers aangeven. De grootste uitdaging blijft echter om alle facetten die bij het tochtleider zijn komen kijken te combineren. Ieder tocht is anders, de omstandigheden veranderen en de deelnemers zijn nooit hetzelfde. Iedere tocht vraagt om een eigen accent. Dat leren vraagt om ervaring. Deze tocht heeft me weer een stuk ervaring meegegeven. Met dank aan Arie die mij heel veel ruimte gaf en de groep die zich voorbeeldig als groep gedroeg.

 

Opmerkingen van de begeleidende hoofdinstructeur

Slechts twee opmerkingen.

Dit verslag is geschreven door iemand die ambieërd om in de nabije toekomst het certifaat van Tochtleider te behalen. Daartoe dienen drie tochten te worden gevaren en te worden gedocumenteerd.
Na completering van de drie verslagen wordt getoetst of aan de criteria voor Tochtleider is voldaan. 

Dit verslag kan voor anderen die hetzelfde ambiëren als voorbeeld dienen om zelf de ervaringen op papier te zetten of aan de computer toe te vertrouwen. In dit verslag wordt de tocht goed beschreven. Condities zijn beschreven en ervarings - en leermomenten zijn goed verwoord.
Wel moet worden benadrukt dat dit een voorbeeld is, er zijn ook andere manieren om te documenteren. Filmbeelden met begeleidende tekst of een geschreven samenvatting kan ook.
Alles is goed, als de aspecten  die belangrijk zijn en waarna gekeken wordt maar goed naar voren komen.

De tweede opmerking betreft een aspect van de tocht zelf wat in het verslag niet echt aan de orde komt en waar tijdens de opleiding maar weinig aandacht aan wordt besteedt. Bedoeld wordt dan energie management.

De beschreven tocht is een meerdaagse tocht met relatief lange afstanden (Eerste dag ca. 40 km, de tweedag ca. 30 km). Bij dit soort tochten moet iedereen altijd zelfdicipline demonstreren en goed rekening houden met anderen om mogelijke problemen te voorkomen. Bedoeld wordt dat men niet alle energie moet verstoken op de eerste dag door bijvoorbeeld op gemakkelijke stukken met olympische snelheid te gaan varen.

Het is logisch dat men na 35 km peddelen vermoeid raakt, echter als de laatste 5 km de zwaarste blijken te zijn met de grootste risico's moet men nog steeds fit genoeg zijn om dit aan te kunnen en bij problemen te kunnen assisteren, bijvoorbeeld door nog in staat zijn om te slepen indien nodig.
Een vaarleider moet dit dan ook kunnen inschatten en zonodig ingrijpen. Het probleem ligt vaak bij achterblijvers.

Dit zijn niet noodzakelijkerwijs slechte vaarders, maar soms is de trim van de boot een probleem of heeft men geen snelle boot. Deze deelnemers moeten zich dan "uit de naad varen" om er bij te blijven, hebben de kortste pauzes en branden soms letterlijk op. 

Een goede remedie is om de langzaamste vaarder naar de voorvaarder te halen, deze het tempo te laten bepalen en iedereen te verbieden voor de voorvaarder te gaan varen.
Heel belangrijk is ook dat een voorvaarder zich niet laat opjagen door snelle vaarders in een poging voor te blijven en dat de tochtleider in deze zo nodig ingrijpt.

 

Opmerkingen webmaster

Het foto materiaal is welwillend beschikbaar gesteld door Bertil Videt en voor punten die mogelijk als gevoelig kunnen worden aangemerkt is toestemming gevraagt en verkregen.

 

 Overzicht artikelen